Door Richard Schijf

Meer dan 148.000 spieren!

Die zitten opgeborgen in de slurf van de olifant!

Dat is heel veel. Ongeëvenaard in het dierenrijk. Geen enkel ander dierlijk lichaamsdeel wordt aangestuurd door zoveel spierbundels. Ter vergelijking: als een anatoom een menselijk lichaam volledig ontleedt, komen er 850 verschillende spieren bloot te liggen. Met deze ‘bescheiden’ hoeveelheid spieren worden alle motorische processen van het humane lijf aangestuurd. Het is wellicht sadistisch om dezelfde sectie-opdracht aan een veterinair-anatoom te geven. Om zijn vlijmscherpe scalpel niet-verwoestend langs de meer dan 148.000 minuscule slurfspiertjes van Jumbo te navigeren, moet hij namelijk over een vaste hand én engelengeduld beschikken. Niet te doen dus!

Toen het opperwezen of de evolutiearchitect de slurf van de olifant schiep respectievelijk creëerde, moet hij een bijzonder inspirerende dag hebben beleefd. Het eindresultaat was namelijk verbluffend. Ga maar na; we praten hier over een 150 kilogram wegend lichaamsdeel dat enerzijds in staat is om boomstammen van 350 kilogram te tillen en anderzijds een muntje van 50 eurocent van de grond kan rapen. Met andere woorden: brute kracht kan genereren, maar ook uiterst subtiele handelingen kan uitvoeren.

Maar de slurf van de olifant is tot nog veel meer in staat; het is een multi-tool avant la lettre. Zo kan hij ruim 10 liter water opzuigen. Door dit blauwe goedje vervolgens in de olifantenmond te spuiten, wordt de dorst van het beest gelaafd. Maar hij kan het water ook over zijn lichaam sproeien waardoor hij zichzelf kan douchen of koelen.

De slurf van de olifant, die feitelijk een vergroeiing is van neus en bovenlip, kan ook ingezet worden als ‘muziekinstrument’. Er is zelfs een uniek werkwoord voor bedacht: trompetteren. Trompetterende dikhuiden vertonen dit gedrag echter niet om elkaar muzikaal te entertainen, maar om onderling te communiceren. Daar kunnen maar liefst 103 decibels bij vrijkomen. Mensen die te dicht in de buurt van dit getoeter vertoeven, voelen hun lichaam letterlijk trillen en kunnen zich maar beter uit de voeten maken. Het menselijk gehoorzintuig loopt namelijk onherstelbare schade op als deze te lang aan dit lawaai wordt blootgesteld.

Ook om te ruiken maken olifanten gretig gebruik van hun slurf. Het reukvermogen van het prehistorisch ogende landzoogdier is vier keer zo goed als dat van een bloedhond. Olifanten zijn hierdoor in staat om water op 5 kilometer afstand te kunnen ruiken. Zorgde de Franse ontdekkingsreiziger Jacques Cousteau ervoor dat mensen zeven decennia geleden met snorkeltjes toegang verkregen tot de wonderbaarlijke onderwaterwereld, olifanten ‘snorkelen’ al miljoenen jaren om diepe rivieren en meren over te steken. Als hun kolossale poten geen contact kunnen maken met de bodem, gaan ze zwemmen waarbij hun slurf als natuurlijke snorkel fungeert.

Niet alleen biologen en natuurliefhebbers zijn gefascineerd door olifantenslurfen, ook techneuten. Zo bestuderen ingenieurs al tientallen jaren de beweegbare, lange snuit van dikhuiden. Dit is niet een uit de hand gelopen hobby van het Willie Wortel-gilde, het dient een duidelijk doel!

Wat is er aan de hand?

We staan aan de vooravond van een ingrijpende omwenteling! Want na de industriële revolutie van de 19de eeuw en de digitale revolutie van de 20ste eeuw, klopt nu de robot-revolutie op de deur!

De maatschappij raakt steeds verder gerobotiseerd. Iedereen kent de beelden wel van autofabrieken waar amper nog mensen aan het werk zijn. De nieuwe auto’s staan op een lopende band waar constant robotarmen klussen klaren. Een cluster robotarmen draait alle moeren en bouten van het vehikel vast en een stukje verderop in het proces spuit een groepje robotarmen de heilige koe in de gewenste kleuren. Maar robots verlaten ook meer en meer de klassieke productiehallen en worden daardoor zichtbaar op andere plaatsen. Zo zal het bijvoorbeeld niet meer lang duren vooraleer robots in zorginstellingen luiers gaan verschonen van incontinente medemensen. Omdat dit soort complexe taken uit te kunnen voeren, wordt het uiterste van robots gevraagd. Zo moeten robotarmen enorm krachtig zijn, maar ook hele subtiele bewegingen kunnen uitvoeren.

Om aan deze hoge eisen te voldoen kwam bij een team van robotontwerpers de slurf van de olifant in het vizier. Zij raakten geïnspireerd door de onbegrensde mogelijkheden van dit prominente olifantenlichaamsdeel en wilden een pneumatische versie maken. Uiteindelijk kwamen zij met een bionische slurf op de proppen! Deze robotarm bestaat uit drie buigzame basiselementen, een hand-as kogelgewricht en een grijporgaan met drie flexibele vingers. Uiteraard mag de bionische slurf niet in de schaduw staan van een echte olifantenslurf. Er liggen dan ook geen 148.000 onderdeeltjes op tafel als je hem uit elkaar schroeft. Maar goed; het begin is er!

slurf van de olifant